Midnight Sun Marathon – Tromsø, Noorwegen

Running towards the Midnight Sun

Read in English?

Zaterdagavond 19:30 uur… als ik snel ben, kan ik nog net een paar wafels halen. In Nederland zou ik havermout hebben gegeten, maar ik ben in Noorwegen. Het eten is hier duur, maar de wafels in het hotel zijn gratis. Wafels lijken me een prima bodem, dus kom op, een beetje opschieten nu.

Ik twijfel over koffie. Koffie zal me wakker houden, energie geven. Aan de andere kant stuiteren mijn zenuwen er nu al aardig op los. Ik kan niet beslissen, dus ga voor een half kopje. Slaat nergens op, ik weet het, geef de zenuwen maar de schuld.

Ik heb nog tweeëneenhalf uur. Twee-en-een-half uur om de wafels te laten zakken, me om te kleden, even op bed te liggen wellicht.
Te veel tijd voor mijn zenuwen, te weinig tijd om de slaap te vatten. Genoeg tijd om nog even naar de start te lopen. De marathon begint over tien minuten.
Een enthousiaste dame moedigt de lopers aan deel te nemen aan een flinke warming-up. Bij het zien alleen al scheuren al m’n beenspieren af. Ik neem me voor maar niet aan de warming-up deel te nemen. Ik denk ook dat mijn hartslag zo al aardig hoog zit.
3, 2, 1, daar gaan de lopers. Binnen no-time is de hele groep ook al weer langs gestormd. Ik begrijp dat er maar duizend deelnemers toegelaten worden op de hele marathon. Ik heb geen idee hoeveel er deelnemen aan de halve. Ik wil het ook allemaal niet weten op dit moment.
Ik heb spijt. En tegelijkertijd heb ik er zó veel zin in. Wat een vreemd gevoel om jezelf verschrikkelijk naïef en tegelijkertijd zo lekker stoer en onverschillig te vinden op dit punt. Enerzijds is het natuurlijk niet heel handig dat ik zo weinig looptraining heb gedaan. Anderzijds doe ik vooral trainingen en loopjes die ik leuk vind, who cares dat die niet helemaal met elkaar rijmen. Who cares als ik halverwege moet wandelen en er tweeëneenhalf uur over doe. Oké I care...maar wat verwacht ik dan? Niet trainen en dan de sterren van de hemel lopen? Ik liep de halve marathon in Vietnam met twee vingers in de neus. Ik liep de hele marathon van New York met zoveel blessures en struggles. Ik moet het misschien maar niet meer doen. Nee, geen lange afstanden meer voor mij. Ik moet misschien maar even stoppen met hardlopen.
Oké, oké, genoeg gezenuw en getwijfel, omkleden nu en gaan met die banaan. Op bed blijven liggen geeft echt geen rust meer.

Het weer en daarmee mijn t-shirt keuze is net zo twijfelachtig. Op dit moment schijnt de zon en ik krijg het meestal snel warm. Het zal straks echter gaan regenen en de poolregen is koud! Lange mouwen, korte mouwen, lange mouwen, korte mouwen. Oké geen tijd voor dit geneuzel. Lange mouwen. Pech als je het warm krijgt, dan maar meer drinken onderweg.
Als ik buiten sta is het toch best fris. Blij met de lange mouwen, maar grrr ik moet toch echt weer piesen. Ach, ik heb nog tien minuten en de start is nog geen vijf minuten lopen…. Snel naar binnen! Volstrekt onnodig natuurlijk, maar goed je kunt die laatste milliliters ook maar beter kwijt zijn.

Geen excuses meer, nu naar buiten anders moet ik nog achter de meute aan rennen.
Ik loop het startvak in, waar nog vrolijk heen en weer gesprongen wordt onder leiding van de pittig schreeuwende dame.
Ik zeg wel startvak, maar eigenlijk is die er niet. Je kunt willekeurig ergens achter de startlijn gaan staan.
Er staat iemand met een bordje 1:15-1:30. Duidelijk dat ik daar niet moet staan. Dit is toch de halve marathon, niet de tien mijl??

Het sub 02:00 bordje lonkt, maar dat is echt een slecht idee. Ik zou me binnen no time stuk lopen. Ik besluit bij 02:15 te gaan staan. Op hoop van zegen. Het is waarschijnlijk te hoog gegrepen, maar het geeft me in ieder geval een steady pace. De jongen met het bordje blijkt helemaal niet te gaan lopen…. Hij staat er alleen het bord vast te houden. Hoe werkt dit hier??

Wat een geluk dat er twee Nederlandse dames naast me komen staan en ook op 02:15 mikken. Dit helpt me goed te starten, want al snel blijkt dat ik op mijn horloge niet kan vertrouwen. Die geeft heel leuk de minuten aan, maar gaat geen enkele kilometer vooruit. Een van de Nederlandse dames loopt stabiel op 5:30/km. Dat loopt prima, maar heuveltjes op loopt het wat te snel, best warm ook met lange mouwen.

20 minuten, de dunne regen koelt me gelukkig wat af en dan worden we getrakteerd op een enorme regenboog. Wat een cadeau!!

30 minuten, geen idee welke kilometer, maar ik voel dat dit tempo pittig gaat worden. De bekende zeurende pijn in mijn rug komt op en ik weet dat ik nog heel ver moet. Dit wordt een zware run!

35 minuten, de wind langs de kust zorgt ervoor dat ik het niet meer zo warm heb en wát een uitzicht… we lopen recht op de ondergaande zon af. Een zee van licht net boven de zee en de bergen uit. De komende kilometers lopen we met een regenboog achter ons en de ondergaande zon, die stiekem niet onder gaat, voor ons. Dit is echt niet te beschrijven zo mooi. Hopelijk kan ik dit beeld in mijn vlog beter overbrengen.

40 minuten, nog geen kilometer bordje gezien, de omgeving is werkelijk prachtig en de locals roepen nog steeds in groepjes vol enthousiasme ‘heya, heya!’ Minder prettig zijn de maagkrampen die opkomen. Ik ben bang dat mijn maaginhoud straks ergens in de berm belandt. Dit heb ik werkelijkwaar nog nooit gehad tijdens het lopen, maar ik ben zo misselijk.

45 minuten, ik geef op. Ik kan niet meer. Die steken zijn killing. Ik wil echt niet nu al gaan wandelen, dus het enige wat ik kan doen is langzamer gaan rennen. Met flinke tegenzin laat ik de Nederlandse vrouw bij me weglopen. Ik weet dat dit moeilijk gaat worden, niet alleen met die buik- en rugpijn, maar zeker ook nu ik het ‘alleen moet doen’. Gelukkig is de omgeving prachtig en blijven de paar toeschouwers langs de kant ons enthousiast aanmoedigen.

Filmpjes maken van de prachtige omgeving geeft afleiding, maar kost echter ook energie, dus daar stop ik maar even mee. Ik besluit een muziekje op te zetten. Dat helpt! Het nummer heeft een stevige beat waar ik altijd fijn op loop. Na het nummer valt het stil. Ik ben zeker vergeten om het hele album aan te zetten. Ik haal mijn telefoon weer tevoorschijn, kabels vliegen in het rond. Shuffle aan, telefoon weer in de belt, oortjes weer in en gaan!
Weer valt de muziek na het nummer stil. Nog eens haal ik de telefoon tevoorschijn. Ik blijk maar één nummer te kunnen luisteren. De rest kan alleen via internet, zegt mijn telefoon?? Lekker handig weer dit!
Anyway, daar is het vliegveld, hier moet het keerpunt zijn! Ik zie een dame met haar looppartner wandelen en moedig ze aan om rustig te blijven rennen. Vervolgens moeten we een bergje op maar hey, ik kan nu zelf natuurlijk niet afhaken. Dat nummer helpt gelukkig ook.
En dan is daar eindelijk het keerpunt! Dat moet ik natuurlijk even filmen. Telefoon nog één keer tevoorschijn. Filmpje maken. Nummer nog even aanzetten en dan moet het klaar zijn met die telefoon en snoertjes in en uit de belt. Nu goed concentreren op het lopen, want ik moet nog 10 kilometer! Nu we weer van het vliegveld weglopen is het wel weer genieten van de omgeving.

9 km. Even ben ik verbaasd. Gelukkig hoor ik dat de bordjes langs de weg aftellen. Nog 9 km... oef dat zijn er toch nog veel! Hier zakt de moed me even in mijn loopschoenen. Dit is nog ver. Niet alleen doet mijn buik af en toe flink zeer, ik denk echt dat ik dit lopen niet vol ga houden. Muziek aanzetten is me ook teveel gedoe. Er lopen nu ook niet veel mensen meer om me heen. Kon ik mijn gedachten maar even verzetten.

Er wandelt een meisje langs de kant. Ik moedig haar aan langzaam te gaan rennen. Ze zegt niks, maar rent met me mee. Ik praat wat tegen haar, maar ze reageert niet. Dat geeft ook niet, zwijgzaam lopen we een tijdje naast elkaar.
Een jongen wandelt. Hij haakt aan als ik hem een schouderklopje geef. Hij blijkt de hele marathon te lopen, is moe, maar dankbaar voor de aanmoediging.
Een volgende man haakt aan. "We zijn allemaal moe", zeg ik, "maar we slepen elkaar er wel doorheen".
Nog een knul die de marathon loopt en stuk is, krijgt het voor elkaar om weer te gaan rennen.
Zo lopen we een tijd in dit groepje. Het geeft me zoveel energie. Ik ben dankbaar dat deze mensen mij energie geven. Ik ben niet moe meer. Ik loop heerlijk op het geluid van onze loopschoenen. Ik kan zelfs weer praten, moedig ons aan.
Na een tijdje haakt het meisje af. Ik steek een duimpje naar haar op.

7km. Waar 8km nog ver was, is 7km ineens mijn rondje van afgelopen maandag plus 1km. Dat is te doen.

Ook een van de marathonjongens houdt het tempo niet vol. Ik raak hem bij een van de drankposten kwijt. Hij zal er vast wel komen, het is niet ver meer. Tenminste…

Nog 6km. "Kom op jongens, 6km is een zondags rondje door het park." Ik weet niet waar ik de andere marathonjongen kwijtraak, maar de man die twee weken geleden nog een marathon liep, loopt nog steeds naast me. Hierna zal hij het niet meer doen, zegt hij. Logisch denk ik, twee achter elkaar is wel wat veel.

"Heuvel op moet ik gaan wandelen", zegt hij. “Ik eigenlijk ook”, zeg ik, “maar we doen het niet hoor! We rennen gewoon heel langzaam.” Bovenop de heuvel loopt hij nog steeds naast me. Ik heb geen idee hoe hard we lopen. Ik zie in ieder geval het vier kilometer bordje langs de kant en ben verbaasd. Ik heb het 5km bordje gemist!

3km en de man naast me moet even gaan lopen. Ik vind het knap hoe lang hij naast me is blijven lopen en wens hem veel succes verder.

2km en we zijn de stad binnen. Het is moeilijk in te schatten hoe ver we nog moeten. 2km is niks, hooguit een kwartier als ik gek doe, maar toch voelt het ook nog heel lang. Mensen halen me in, gaan wandelen om me vervolgens weer in te halen. Het helpt ze niet, maar het is zo herkenbaar. Ik weet dat ook zij kapot zijn.

Ik blijf rennen, als een slak, maar ik ren. Ik wil niet meer, maar ik ren!
Zelfs de medewerkers, langs de kant van de weg, moedigen ons aan met het constante ‘ heya’.
Ik begin de straten te herkennen. Ik ben er nu echt bijna, tenzij ze nog een toetje in de vorm van een mooie lus in gedachten hebben.
Iemand naast me heeft het ook moeilijk. "We zijn er bijna", zeg ik maar!

Door de winkelstraat. Langs wat kroegen, waar we dronken toe worden gezongen. Dan zie ik de finish! Ik haal mijn telefoon tevoorschijn voor een laatste filmpje en storm op de finish af. Even de benen strekken voor de laatste meters. Wat een energie hebben die mensen mij gegeven!!

Ik ben zó blij als ik over de finishlijn ren! Ik krijg direct een mooie medaille omgehangen en zilverfolie aangereikt. Ik sta nog te stomen van trots en blijdschap, maar trek het folie na een paar minuten toch maar om me heen. De regen is hier toch best fris.

Twintig minuten blijf ik wachten tot drie lopers uit het groepje binnen zijn gekomen. High fives, bedankjes en omhelzingen over en weer. Wat was het een fantastische omgeving! Wat een geweldige loop! Wat hebben deze stoere mensen deze loop een mooi tintje gegeven! Wat waren de regenboog en de ondergaande zon een cadeau in deze regenachtige dagen! Wat ben ik trots dat ik niet gewandeld heb! Wat ben ik trots dat ik me in al mijn naïviteit heb ingeschreven voor een loop, zo hoog in Noorwegen, in mijn eentje, met enkel trainingen waar ik zin in had. 

Verkleumd strompel ik terug naar het hotel, met een voldaan gevoel en maar één andere gedachte... waar ren ik de volgende keer? Welke run kan de Midnight Sun Marathon overtreffen?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *