Pools

Hoi
Hallo
Goedemorgen
Goedemiddag
Goedenavond
Goedenacht
Welkom

Cześć
Witaj
Dzień dobry
Dzień dobry
Dobry wieczór
Dobranoc
Witamy

Ja
Nee
Misschien
Alstublieft
Dankjewel
Graag gedaan
Sorry

Tak
Nie
Może
Proszę
Dziękuję
Nie ma za co!
Przepraszam

Ik ben…
Mijn naam is…
Hoe heet je?
Aangenaam kennis te maken.
Leuk je weer te zien.
Ik heb je lang niet gezien.

Jestem ...
Mam na imię ...
Jak się Pan (Pani) nazywa?
Miło mi Pana (Panią) poznać
Miło cię znowu widzieć.
Dawno się nie widzieliśmy.

Kennismaken

Hoe gaat het?

Hoe gaat het?
Goed, dankjewel.
Het gaat wel.
Het gaat niet zo goed.
Het spijt me.
Het geeft niet.

Jak się Pan (Pani) ma?
Dobrze, dziękuję.
Możliwie.
Nie najlepiej.
Tak mi przykro.
To nie ma znaczenia.

Ik begrijp u niet.
Ik spreek geen Pools.
Ik spreek Nederlands.
Kunt u dat herhalen?
Kunt u langzamer spreken?
Wat betekent dit woord?
Kunt u dat voor mij opschrijven?

Nie rozumiem cię.
Nie mówię po polsku.
Mówię po holendersku.
Czy możesz to powtórzyć?
Czy możesz mówić wolniej?
Co oznacza to słowo?
Czy możesz mi to napisać?

Begrijpen

Leren kennen

Hoe oud ben je?
Ik ben … jaar oud.
Waar kom je vandaan?
Ik kom uit Nederland.
Waar woon je?
Ben je getrouwd?
Ik ben vrijgezel.
Ik heb een vriend / vriendin.
Heb je kinderen?
Ik heb een zoon en een dochter.

How old are you?
I am … years old.
Where are you from?
I’m from the Netherlands.
Where do you live?
Are you married?
I am single.
I have a boyfriend / girlfriend.
Do you have children?
I have a son and a daughter.

Reis je alleen?
Ik ben hier met mijn familie.
Ik heb een broer / zus.
Hoe lang ben je al hier?
Ik ben hier een week.
Wanneer ben je aangekomen?
Ik ben gister aangekomen.
Hoe lang blijf je hier?
Ik blijf hier twee weken.
Ik vertrek morgen.
Ik ben hier op vakantie.
Ik ben hier voor zaken.

Are you traveling alone?
I am here with my family.
I have a brother / sister.
How long have you been here?
I’ve been here for a week.
When did you arrive?
I arrived yesterday.
How long do you stay?
I will stay for two weeks.
I will leave tomorrow.
I am here for a holiday.
I’m here for business.

Reizen

Werk

en

Vrije Tijd

Wat voor werk doe je?
Ik werk als...
Ik ben eigen baas.
Ik ben student.
Houd je van sport?
Ik speel voetbal.
Ik ren graag.
Wat doe je in je vrije tijd?
Ik houd van...

What kind of work do you do?
I work as a... 
I'm self-employed.
I am a student.
Do you like sports?
I play football.
I like to run.
What do you do in your spare time?
I like to...

Een
Twee
Drie
Vier
Vijf
Zes
Zeven
Acht
Negen
Tien

Seconde
Minuut
Uur
Dag
Week
Maand
Jaar

Jeden
Dwa
Trzy
Cztery
Pięć
Sześć
Siedem
Osiem
Dziewięć
Dziesięć

Sekunda
Minuta
Godzina
Dzień
Tydzień
Miesiąc
Rok

Dagen van de week

Maandag 
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag
Weekend

Tijd

Dni tygodnia

Poniedzialek
Wtorek
Sroda
Czwartek
Piatek
Sobota
Niedziela
Weekend

Een afspraak maken

Heb je vanavond wat te doen?
Heb je al plannen voor het weekend?
Ik wil je graag weer eens zien.
Wanneer spreken we af?
Ik kan op maandag.
Ik kan niet op zaterdag.
Heb je morgen tijd?
Om acht uur?
Liever een uur later.
Oké, dat is goed.
Waar zullen we afspreken?
Ik kom je ophalen.
Bij de ingang.
Tot morgen.
Tot volgende week.
Tot volgende maand.
Tot volgend jaar.
Tot later.
Tot straks.
Tot ziens.
Goede reis.
Doei

Make an appointment

Are you doing something tonight?
Do you already have plans for the weekend?
I would love to see you again.
When do we meet?
I can come on monday.
I can't meet on saturday.
Do you have time tomorrow?
At eight o'clock?
I would prefer an hour later.
Okay, that's fine.
Where shall we meet?
I'll come and pick you up.
At the entrance.
See you tomorrow.
See you next week.
See you next month.
See you next year.
See you later.
See you soon.
Good bye.
Safe journey.
Bye

In

een

Restaurant

Een tafel voor twee alstublieft.
Heeft u gereserveerd?
Ja, op naam van...
Mogen wij de menukaart?
Ik heb honger.
Ik heb dorst.
We willen bestellen.
Ik neem...
Ik ben vegetariër.
Glutenvrij
Lactose intolerant
Ik drink geen alcohol.
Eet smakelijk!
Proost!
Mag ik de rekening?
Fooi

A table for two please.
Did you make a reservation?
Yes, in the name of...
Can we get the menu?
I'm hungry.
I'm thirsty.
We would like to order.
I'll have...
I'm a vegetarian.
Gluten free
Lactose intolerant
I don't drink alcohol.
Enjoy!
Cheers!
Can I have the bill?
Tip

Heeft u een kamer vrij?
We hebben een kamer gereserveerd.
Een eenpersoonskamer
Een tweepersoonsbed
Wat kost het per nacht?
Weet u een goedkoper hotel?
Ik blijf .. dagen.
Ik heb uw paspoorten nodig.
Is het ontbijt inbegrepen?
Het ontbijt is op de eerste verdieping.
Uw kamer is op de tweede etage.
De lift is daar.
Het is een mooie kamer.
Deze kamer is niet schoon.
Ik vertrek.

Do you have a room available?
We booked a room.
A single room
A double bed
What is the price per night?
Do you know a cheaper hotel?
I'll stay for .. days.
I need your pasports.
Is breakfast included?
Breakfast is served on the first floor.
Your room is on the second floor.
The elevator is over there.
It is a beautiful room.
The room is not clean.
I am leaving.

In

een

Hotel

De dokter

Ik voel me niet goed.
Ik ben ziek.
Ik heb koorts.
Ik heb iets verkeerds gegeten.
Ik ben misselijk.
Ik ben gevallen.
Ik ben duizelig.
Ik ben gestoken door...
Hier doet het pijn. 
Ik heb hoofdpijn.
Ik gebruik medicijnen.
Kunt u een dokter bellen?
Ik moet naar het ziekenhuis.

I don't feel so well.
I am ill.
I have a fever. 
I ate something wrong.
I am sick / nauseous. 
I fell 
I am dizzy.
I am stung by...
It hurts here. 
I have a headache.
I am on medication.
Can you call a doctor?
I have to go to the hospital.