Engels

Hoi
Hallo
Goedemorgen
Goedemiddag
Goedenavond
Goedenacht
Welkom

Hi
Hello
Good morning
Good afternoon
Good evening
Good night
Welcome

Ja
Nee
Misschien
Alstublieft
Dankjewel
Graag gedaan
Sorry

Yes
No
Maybe
Please
Thank you
You're welcome
Sorry

Ik ben…
Mijn naam is…
Hoe heet je?
Aangenaam kennis te maken.
Leuk je weer te zien.
Ik heb je lang niet gezien.

I am…
My name is…
What is your name?
I’m pleased to meet you.
It’s nice to see you again.
Long time no see.

Kennismaken

Hoe gaat het?

Hoe gaat het?
Goed, dankjewel.
Het gaat wel.
Het gaat niet zo goed.
Het spijt me.
Het geeft niet.

How are you?
I’m good, thank you.
I’m okay.
Not so good.
I am so sorry.
It’s okay.

Ik begrijp u niet.
Ik spreek geen Engels.
Ik spreek Nederlands.
Kunt u dat herhalen?
Kunt u langzamer spreken?
Wat betekent dit woord?
Kunt u dat voor mij opschrijven?

I don’t understand.
I don’t speak English.
I speak Dutch.
Could you repeat that?
Could you speak slowly?
What does this word mean?
Could you write it down for me?

Begrijpen

Leren kennen

Hoe oud ben je?
Ik ben … jaar oud.
Waar kom je vandaan?
Ik kom uit Nederland.
Waar woon je?
Ben je getrouwd?
Ik ben vrijgezel.
Ik heb een vriend / vriendin.
Heb je kinderen?
Ik heb een zoon en een dochter.

How old are you?
I am … years old.
Where are you from?
I’m from the Netherlands.
Where do you live?
Are you married?
I am single.
I have a boyfriend / girlfriend.
Do you have children?
I have a son and a daughter.

Reis je alleen?
Ik ben hier met mijn familie.
Ik heb een broer / zus.
Hoe lang ben je al hier?
Ik ben hier een week.
Wanneer ben je aangekomen?
Ik ben gister aangekomen.
Hoe lang blijf je hier?
Ik blijf hier twee weken.
Ik vertrek morgen.
Ik ben hier op vakantie.
Ik ben hier voor zaken.

Are you traveling alone?
I am here with my family.
I have a brother / sister.
How long have you been here?
I’ve been here for a week.
When did you arrive?
I arrived yesterday.
How long do you stay?
I will stay for two weeks.
I will leave tomorrow.
I am here for a holiday.
I’m here for business.

Reizen

Werk

en

Vrije Tijd

Wat is je beroep?
Ik werk als...
Ik ben eigen baas.
Ik ben student.
Houd je van sport?
Ik speel voetbal.
Ik ren graag.
Wat doe je in je vrije tijd?
Ik houd van...

What is your profession?
I work as a... 
I'm self-employed.
I am a student.
Do you like sports?
I play football.
I like to run.
What do you do in your spare time?
I like to...

Een
Twee
Drie
Vier
Vijf
Zes
Zeven
Acht
Negen
Tien

Seconden
Minuten
Uur
Dag
Week
Maand
Jaar

One
Two
Three
Four
Five
Six
Seven
Eight
Nine
Ten

Seconds
Minutes
Hour
Day
Week
Month
Year

Dagen van de week

Maandag 
Dinsdag
Woensdag
Donderdag
Vrijdag
Zaterdag
Zondag
Weekend

Tijd

Days of the week

Monday
Tuesday
Wednesday
Thursday
Friday
Saturday
Sunday
Weekend

Een afspraak maken

Heb je vanavond wat te doen?
Heb je al plannen voor het weekend?
Ik wil je graag weer eens zien.
Wanneer spreken we af?
Ik kan op maandag.
Ik kan niet op zaterdag.
Heb je morgen tijd?
Om acht uur?
Liever een uur later.
Oké, dat is goed.
Waar zullen we afspreken?
Ik kom je ophalen.
Bij de ingang.
Tot morgen.
Tot volgende week.
Tot volgend jaar.
Tot later.
Tot straks.
Tot ziens.
Goede reis.
Doei

Make an appointment

Are you doing something tonight?
Do you already have plans for the weekend?
I would love to see you again.
When do we meet?
I can come on monday.
I can't meet on saturday.
Do you have time tomorrow?
At eight o'clock?
I would prefer an hour later.
Okay, that's fine.
Where shall we meet?
I'll come and pick you up.
At the entrance.
See you tomorrow.
See you next week.
See you next year.
See you later.
See you soon.
Good bye.
Safe journey.
Bye

In

een

Restaurant

Een tafel voor twee alstublieft.
Heeft u gereserveerd?
Ja, op naam van...
Mogen wij de menukaart?
Ik heb honger.
Ik heb dorst.
We willen bestellen.
Ik neem...
Ik ben vegetariër.
Glutenvrij
Lactose intolerant
Ik drink geen alcohol.
Eet smakelijk!
Proost!
Mag ik de rekening?
Fooi

A table for two please.
Did you make a reservation?
Yes, in the name of...
Can we get the menu?
I'm hungry.
I'm thirsty.
We would like to order.
I'll have...
I'm a vegetarian.
Gluten free
Lactose intolerant
I don't drink alcohol.
Enjoy!
Cheers!
Can I have the bill?
Tip

Heeft u een kamer vrij?
We hebben een kamer gereserveerd.
Een eenpersoonskamer
Een tweepersoonsbed
Wat kost het per nacht?
Weet u een goedkoper hotel?
Ik blijf twee dagen.
Ik heb uw paspoorten nodig.
Is het ontbijt inbegrepen?
Het ontbijt is op de eerste verdieping.
Uw kamer is op de tweede etage.
De lift is daar.
Het is een mooie kamer.
Deze kamer is niet schoon.
Ik vertrek.

Do you have a room available?
We booked a room.
A single room
A double bed
What is the price per night?
Do you know a cheaper hotel?
I'll stay for two days.
I need your pasports.
Is breakfast included?
Breakfast is served on the first floor.
Your room is on the second floor.
The elevator is over there.
It is a beautiful room.
The room is not clean.
I am leaving.

In

een

Hotel

De dokter

Ik voel me niet goed.
Ik ben ziek.
Ik heb koorts.
Ik heb iets verkeerds gegeten.
Ik ben misselijk.
Ik ben gevallen.
Ik ben duizelig.
Ik ben gestoken door een insect. 
Hier doet het pijn. 
Ik heb hoofdpijn.
Ik gebruik medicijnen.
Kunt u een dokter bellen?
Ik moet naar het ziekenhuis.

The doctor

I don't feel so well.
I am ill.
I have a fever. 
I ate something wrong.
I am sick / nauseous. 
I fell 
I am dizzy.
I am stung by an insect.
It hurts here. 
I have a headache.
I am on medication.
Can you call a doctor?
I have to go to the hospital.