Wereldkind

Ik zei (en schreef wellicht ook) vaak dat het me niet uit zou maken uit welk land een toekomstig kindje zou komen. Als hij mij nodig heeft, is het goed. En ook al vind ik dat ook echt, de praktijk ziet er helaas toch anders uit.

In eerste instantie kan er niet alle (196?) landen geadopteerd worden. Dit komt omdat er veel landen hun adopties en pleegzorg binnenslands goed geregeld hebben (wat ik zeker toejuich) en omdat er landen zijn waar adoptie en misschien ook wel kinderrechten een chaos is.

In 1995 ontstond het Haags Adoptieverdrag dat kinderen en hun familie beschermt tegen de risico’s van illegale, onrechtmatige, voorbarige en slecht voorbereide adopties naar het buitenland. Het verdrag, dat wordt uitgevoerd door nationale Centrale Autoriteiten, is een uitwerking van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind (Artikel 21) en beoogt dat interlandelijke adoptie alleen plaatsvindt als het kind daar het meeste baat bij heeft en als zij zijn fundamentele rechten respecteert.
Als een ‘zendend’ land het Haags Adoptieverdrag heeft getekend erkennen de Nederlandse autoriteiten de adoptie-uitspraak van de buitenlandse rechter. Deze toetst onder andere of de ouders toestemming hebben van het Ministerie van Justitie en of de adoptie van het kind is goedgekeurd door de lokale Centrale Autoriteit. In Nederland hoeft het kind dan alleen te worden ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens.

Niet alle landen kunnen of willen voldoen aan alle eisen en kunnen daarmee het verdrag niet tekenen. Hierdoor vallen er een heel aantal landen af.

Als alleenstaand (aanstaand) adoptieouder mag je volgens Nederlands recht wel adopteren, maar een aantal ‘zendende’ landen denkt daar anders over. Zo vallen er helaas weer een heel aantal landen af. En om nog even door te gaan met het spelletje ‘wie is het’, zijn er nog meer bordjes die ik zo om kan tikken: sommige landen stellen namelijk eisen aan geloofsovertuiging, inkomsten of vermogen, en nationaliteit (zo mogen uit Polen en Turkije alleen nog in Nederland wonende Polen en Turken adopteren).

We hebben nog een aantal poppetjes op het speelbord staan en nu wordt het moeilijk! Zeker ook omdat hier een stukje gevoel en overweging van mijn kant komt kijken. Zo zijn er landen waar je langere tijd moet verblijven (vind de reiziger geen probleem) en landen waar je na een korte kennismaking met het kind weer naar huis terugkeert om een jaar te wachten om je kind uiteindelijk op te mogen halen (vind het hart een groot probleem). Landen die eisen stellen aan je profiel, of je bijvoorbeeld open staat voor bepaalde special needs en de leeftijd van de kinderen.

Ook zijn er landen die steeds minder internationale adopties aangaan, wachtlijsten die wonderwel vol zitten en geen nieuwe ouders inschrijven en zelfs vergunninghouders die de deuren sluiten. Vergunninghouders zijn de organisaties die een vergunning hebben van het ministerie van Veiligheid en Justitie om te bemiddelen bij interlandelijke adoptie. De vergunninghouders hebben allemaal een aantal landen in hun portefeuille. Iets wat ik lastig vind aangezien ik in principe ga voor regel 1 (het maakt me niet uit uit welk land een toekomstig kindje zou komen). Ik zal er uiteindelijk 1 van de 4 (november 2019) moeten kiezen.

De vergunninghouder, het land, de special needs, de leeftijd, het zijn lastige keuzes! Echter als ik dit spelletje Wie is Het nog even door blijf spelen, dan weet ik uiteindelijk:

Dat is ‘m…. mijn wereldkind! 

Liefs,

xx

p.s. Als je het leuk vindt, kun je mij financieel steunen o.v.v. Adoptie op rekeningnummer NL57RABO0394021274.
Kijk hier voor meer informatie over de kosten voor de adoptieprocedure.


Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *